Aan welke eisen wordt bij de vergunningverlening getoetst?

Bij de vergunningverlening wordt aan de volgende eisen getoetst:

  • de eis van een onafhankelijk intern toezichthouder (artikel 3 Wtza, indien die eis op de instelling van toepassing is)
  • de eis van een dusdanige organisatie dat dit leidt tot het verlenen van goede zorg: denk daarbij aan voldoende kwalitatief als kwantitatief toegerust personeel en materieel, een goede toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden alsmede afstemmings- en verantwoordingsplichten, en voor zover nodig voldoende bouwkundige voorzieningen (artikel 3 Wkkgz)
  • de eis van een systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg (artikel 7 Wkkgz)
  • de eis van een interne procedure, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met signalen van incidenten (artikel 9 Wkkgz)
  • de eis van een regeling financiële bedrijfsvoering (artikel 40a, eerste lid, Wmg)
  • de eis van financieel gescheiden administratie van zorgactiviteiten van andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten (artikel 40a, tweede lid, Wmg)
  • de eis van een ordelijke en controleerbare financiële administratie (artikel 40a, vierde lid, Wmg)
  • de eis van rechtmatig declareren (artikel 35, eerste , tweede, zesde en zevende lid, Wmg)
  • de eis van een cliëntenraad (artikel 2, eerste lid Wmcz 2018, indien die eis op de instelling van toepassing is).

Als niet aannemelijk is dat aan bovenstaande eisen zal worden voldaan, wordt de vergunning geweigerd.

Daarnaast is het mogelijk dat de minister/CIBG een VOG van de rechtspersoon, of van de eigenaar, bestuurder of interne toezichthouder opvraagt. Ten slotte is het mogelijk dat de minister/CIBG een onderzoek start op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.