Hoe kan op een praktische manier invulling worden gegeven aan de eis van een interne toezichthouder bij een ‘lege huls’-constructie?

De vergunningplicht in de Wtza geldt –evenals de eis van de interne toezichthouder- niet voor onderaannemers, tenzij de hoofdaannemer een zogenoemde ‘lege huls’ is.

Een ‘lege huls’ is een zorgaanbieder die zelf geen zorg verleent en uitsluitend zorg ‘doet’ verlenen door een onderaannemer. In het geval van een ‘lege huls’ moeten zowel de hoofdaannemer als de onderaannemer over een toelatingsvergunning beschikken en in dat kader vaak ook over een interne toezichthouder.

Praktisch gezien kan het zo zijn dat de interne toezichthouder van de instelling die uitsluitend in opdracht van die ‘lege huls’ werkt, bestaat uit dezelfde personen als de interne toezichthouder van de hoofdaannemer (‘lege huls’). Met die nuance dat dit niet kan, als de hoofdaannemer (‘lege huls’) aandelen houdt in de onderaannemer.