Kan een instelling starten met zorgverlening als de instelling niet heeft voldaan aan de vergunningplicht?

Een instelling die op of na 1 januari 2022 begint met zorgverlening en vergunningplichtig is, moet voor het verlenen van die zorg over een Wtza-vergunning beschikken. Een instelling is in overtreding als de instelling niet over een Wtza-vergunning beschikt.

Een instelling die medisch specialistische zorg verleent of doet verlenen, mag die zorg niet zonder vergunning verlenen. Ook een instelling die met meer dan tien zorgverleners Zvw/Wlz-zorg verleent of doet verlenen, mag die zorg niet zonder vergunning verlenen.

De minister/IGJ kan in dat geval met een last onder dwangsom de instelling dwingen alsnog een toelatingsvergunning aan te vragen. Daarnaast heeft de minister/IGJ de mogelijkheid om een boete van maximaal € 87.000,- op te leggen aan de instelling, indien de instelling zorg heeft verleend zonder over de vereiste toelatingsvergunning te beschikken.

Zie voor bestaande instellingen die al voorafgaand aan 1 januari 2022 zorg verleenden en vanaf 1 januari 2022 vergunningplichtig zijn op grond van de Wtza de vraag over het overgangsrecht voor bepaalde bestaande instellingen.

Zie ook de informatie over de situatie waarin een kleine instelling die Zvw/Wlz-zorg verleent of doet verlenen na 1 januari 2022 de grens van meer dan tien zorgverleners overschrijdt.